Tattoo Planet nummer 4 2017-04-16T07:13:03+00:00

Tattoo Planet nummer 4

Tattoo Planet nummer 4

Tattoo Planet nummer 4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

EEN VERZEGELDE MOND
Lipschotels en lippluggen

Charles Darwin

“Evenals bij ons hoofdzakelijk het gelaat wegens zijn schoonheid wordt bewonderd, is het bij de wilden de hoofdzetel der verminking. In alle deelen der wereld worden het neusschot en zeldzamer de neusvleugels doorboord en in de gaten ringen, stukken hout, vederen en andere sieraden gestoken. De oren worden overal doorboord en op soortgelijke wijze versierd, en bij de Botocudo’s en Lengua’s van Zuid-Amerika wordt het gat langzamerhand zo veel groter gemaakt dat de onderste rand van de oorlel de schouder raakt. In Noord- en Zuid-Amerika en in Afrika wordt hetzij de boven-, hetzij de onderlip doorboord, en bij de Botocudo’s is het gat in de onderlip zoo groot dat een houten schijf van een decimeter middellijn er in wordt geplaatst.” Aldus Charles Darwin in de Nederlandse vertaling van The Descent of Man, die in 1871 in twee delen verscheen. In het hoofdstuk over de voorkeur der ‘wilden’ voor afzichtelijke misvormingen is veel plaats ingeruimd voor de lippiercing. Voor Centraal Afrika citeerde Darwin de ontdekkingsreiziger David Livingstone die bij de Makololo van Malawi (Zambia) doorboorde bovenlippen aantrof, gevuld met een grote ring van metaal en bamboe, pelele genaamd. “Dit maakte in één geval dat de lip vijf centimeter voor de punt van de neus uitstak, en als de dame lachte, hief de samentrekking der spieren de lip tot over de oogen op”. Waarom dragen de vrouwen deze dingen had Livingstone aan een opperhoofd gevraagd. Blijkbaar verwonderd over zo’n domme vraag antwoordde deze: “Voor het mooi. Het zijn de enige mooie dingen die de vrouwen hebben; de mannen hebben baarden, de vrouwen niet. Wat voor een soort van persoon zou zij zijn zonder de pelele? Zij zou in het geheel geen vrouw.”

Afhankelijk

Of Livingstone het opperhoofd wel goed heeft verstaan en juist heeft geciteerd, daaraan wordt getwijfeld. Of misschien heeft het opperhoofd Livingstone ook niet veel wijzer willen maken. Het verhaal over gepiercete lippen in tal van culturen is minder gelijkluidend dan het bovenstaande citaat doet vermoeden. Wat nu alleen als een schoonheidsideaal wordt ervaren, kent vaak oudere en andere betekenissen. Zo zijn de extreem lange nekken van de vrouwen van de Padaung-stam uit Thailand niet alleen maar een teken van schoonheid, maar ook een offer voor hun aanstaande man, en een keten omdat zij dit zware sieraad nooit meer af kunnen leggen zonder te overlijden. Even afhankelijk waren Chinese vrouwen door hun afgebonden Lotusvoetjes en zijn dat Afrikaanse vrouwen met lipschotels die hen belemmeren in eten, drinken en spraak. Maar dat is ook de bedoeling.

Het piercen van de lippen komt over de hele wereld voor. Er zijn maar twee stammen die een ring door de lippen hebben: de Dogon van Mali en de Nuba uit Ethiopië. Vrouwelijke leden van stammen uit Centraal Afrika dragen grote houten of kleitabletten door hun lippen.

Mannelijke leden van de hogere kasten bij de Azteken en Maya’s droegen lippiercings van puur goud in de vorm van slangen, soms versierd met edelstenen. Ook bij enkele Zuid-Amerikaanse indianenstammen komt een lipsschotel alleen bij mannen voor. De Amerikanen van de noordwestkust en de Inuit van Noord Canada en Alaska droegen lippiercings van walrusivoor, schelpen, beenderen, jade en obsidiaan.

Lipschotels

Wigvormige of geheel ronde schotels komen alleen voor bij vrouwen in Afrika. Een lipschotel wordt meestal tussen de neus en bovenlip van vrouwen aangebracht en kwam voor in Ghana, Ivoorkust en Kameroen. Moeders doorboorden de bovenlip van hun kind al op jonge leeftijd en hielden het gat open met een bundeltje gras dat steeds dikker werd gemaakt. Wanneer het gat een diameter had van twee centimeter werd een plug van klei, hout of steen aangebracht. Daar moest de plug het binnenkomen van slechte geesten in de mond tegengaan. De vrouwen van Tsjaad en Soedan zouden lipschotels dragen omdat zij op die manier goed de vogelgeluiden van de lepelaar konden nabootsen, een vogel die zij daar vereren.

De schotels worden steeds door een grotere schijf vervangen totdat de lippen tot een maximale grootte zijn uitgerekt, soms tot een diameter van 24 centimeter. Bij de Mursi-meisjes in Ethiopië wordt de lipschotel meestal een half jaar vóór het trouwen aangebracht, zodat zij tijdens de huwelijksplechtigheid in vol ornaat kunnen verschijnen. In een ver verleden zouden de wijsheden voor vrouwen aldaar verkregen zijn door kikkers. Dat zou uiteindelijk geleid hebben tot het nabootsen van een kikkerbek. Sommige vrouwen behagen hun man door na het huwelijk nog grotere schotels aan te brengen, waardoor hun schoonheid toeneemt maar ook hun afhankelijkheid. Met lipschotels kan namelijk niet gegeten worden en ook praten is onmogelijk. Op die manier zijn ze hun man of de dorpsgemeenschap nooit tot last. Voor de maaltijd wordt de lipschotel uitgenomen, echter nooit in het bijzijn van hun man.

In tegenstelling tot Afrika dragen in Zuid-Amerika de mannen van sommige indianenstammen lipschotels. Het aanbrengen hoorde bij de initiatieriten en het resultaat gaf de drager iets mannelijks, afschrikwekkends en imponerends.

Lippluggen

Pas in de 18de eeuw zijn ons verhalen bekend van eskimo’s met getatoeëerde gezichten en zeer opvallende piercings onder de lippen en aan weerszijden van de mond. Zij kwamen zowel bij mannen als bij vrouwen voor. Aan het eind van de 19de- eeuw was deze manier van versieren al bijna geheel verdwenen. Afmetingen, materiaal en de vorm van de piercing duidden niet alleen de sociale status van de drager, maar waren ook afhankelijk van de leeftijd. Omdat jacht op de walrus in deze eskimo-gemeenschappen centraal stond, gaf de versiering ook de functie van de drager tijdens de jacht aan. De vrouw van de leider in een boot profiteerde ook van de status van haar man en was daarom anders versierd dan andere vrouwen uit dezelfde stam. Van de Aleuten van Noord Alaska is bekend dat een piercing in de onderlip al twee dagen na de geboorte werd aangebracht om het kind zo te harden en weerstand aan te kweken. Daarna volgden tal van aanpassingen en uitbreidingen, onder andere na het doden van het eerste dier, of bij vrouwen na de eerste menstruatie.

De piercings hoorden zo bij initiatie, bescherming, status en transformatie. De transformatie, het imiteren van bijvoorbeeld de walrus, gaf hen iets bovennatuurlijks. Iets dergelijks treffen we ook in Afrika aan waar door lipschotels kikkers of lepelaars worden geïmiteerd die de dragers hierdoor iets bovenmenselijks gaven.

Wordt elders de lipschotel of –plug afgelegd, de labret kent in het Westen nu een snelle opkomst. Van klein knopje tot reusachtige pluggen, van sieraad tot een provocerend teken, waar geen dier meer wordt geïmiteerd maar wel ‘vreemde volkeren’, die zich daar net van hebben bevrijd.

Tekst: Bert Sliggers

Afbeeldingen

Dank aan het Teylers Museum te Haarlem

1, 3 Vrouwen met lipschotels uit Centraal Afrika, circa 1950 (KIT, Amsterdam)

Vrouw met lipschotel, voorheen Belgisch Congo, circa 1960 (KIT, Amsterdam)
Zuid-Amerikaanse indianen met oor- en lippluggen (M. zu Wied, Reise nach Brasilien in den Jahren 1815 bis 1817, Frankfurt am main, 1820-1821; Teylers Museum)
Zuid-Amerikaanse indiaan met lipschotel (Bodystyles, 1988)
Meisje uit Zuid-Ethiopie met lipschotel (Return of the tribal, 1998)
Bewoners van de zee-engte van Kotzebue, Alaska, met wangpluggen (O. von Kotzebue, 1821; Teylers Museum)
Unalaskan man met neus- en lippiercing, Alaska (James Cook 1784, plaat 48; Teylers Museum)
Meisje uit Centraal Afrika met tijdelijk verwijderde lipschotel (Teylers Museum)