Tattoo Planet Nummer 7

Tattoo Planet Nummer 7

Tattoo Planet Nummer 7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tatoeages voor Freaks, Prins Constantijn

Het circus was halverwege de 19de eeuw een toevluchtsoord voor de `freaks’ van de samenleving. Mensen met een lichamelijke handicap, een eigenaardig talent of gewoon avonturiers kwamen hier samen om hun kunsten of slechts hun lichaam aan het publiek te tonen. Getatoeëerde mensen werden naast zogenaamde wonderen der natuur -reuzen, dwergen, vrouwen met de baard- in de side show tentoongesteld. Als kunstmatig gevormde freaks vormden zij een minderheid maar hadden wel een grote aantrekkingskracht op het publiek. Vooral geheel getatoeëerde vrouwen trokken de aandacht. De verhalen over de herkomst van hun tatoeages waren vaak even spectaculair als de tatoeages zelf. Hun populariteit hadden zij mede te danken aan exotische mensen, die in Europa -getatoeëerd of niet- al sinds het eind van de 17de eeuw op grote publieke belangstelling konden rekenen.

De herontdekking van de tatoeage in West Europa aan het eind van de 19de eeuw was het resultaat van een moeizaam acceptatieproces, een eeuw eerder in gang gezet door onder meer de ontdekkingsreizen van James Cook. Als geen ander had hij de versierde mens in beeld laten brengen op zijn tochten naar het hoge noorden en de Stille Zuidzee. Zoals wel meer van zijn reizende collega’s had ook Cook een levend bewijs van deze exotische culturen meegenomen, in 1774 de getatoeëerde Omai van een eilandje in de buurt van Tahiti. Omai was een sensatie in Londen, waar hij werd geportretteerd, geëxposeerd en geëxploiteerd. Trouwens in heel Europa was men, trots op de eigen beschaving, verzot op kennismaking met de wilden der aarden, die geleid door hun primitieve driften, een afschrikkend voorbeeld voor de christelijke mensheid moesten zijn. Deze barbaren, menseneters en hottentotten werden als freaks tentoongesteld, naast vrouwen met baarden, rompmensen en parasitaire tweelingen. Door de enorme belangstelling die deze mensen trokken, in de voorlopers van het circus en op jaarmarkten, waren er ook figuren die hiervan wilden profiteren. Zij imiteerden er op los, zelfs zo dat kermisexploitanten op den duur medische attesten van echtheid lieten zien dat er met hun nummer niet was gesjoemeld. Door de populariteit van deze shows en de verwendheid van het publiek was het niet langer voldoende alleen je gebrek of exotische voorkomen te tonen. Men verwachtte dat een armloze jongleerde, een dwerg aria’s floot en een indiaan zijn potje kookte. Geen wonder dat in deze race naar roem en dus geld de getatoeëerde mens zich ook een plaatsje veroverde, eerst schoorvoetend en later explosief.

De eerste getatoeëerde westerlingen waren de zogenaamde beachcombers. Dit waren gedeserteerde bemanningsleden van schepen, soms ook schipbreukelingen. Sommigen beleefden spectaculaire avonturen, trouwden met prinsessen en werden opgenomen in primitieve samenlevingen. De eerste beachcomber die in Europa op kermissen het publiek het hoofd op hol bracht, was Jean Baptiste Cabri, die in 1804 door de Russische ontdekkingsreiziger Von Langsdorff op de Marquesas was ontdekt. Capri was een Franse deserteur die met een inheemse was getrouwd en zich totaal had laten versieren. In 1830 werd hij opgevolgd door John Rutherford, die geheel in Maori-stijl getatoeëerd was en die vooral in Engeland te zien was. Interessant is ook dat getatoeëerde westerlingen die exotische oorden bezochten invloed hadden op de beeldtaal aldaar. Zo nam men in Hawaï bepaalde westerse elementen over, waaronder de schriftekens. Op hun beurt combineerden de Europeanen hun eigen beeldtaal met de inheemse.

Door het verre reizen kwamen zeelieden steeds vaker paradijselijke orden tegen, die zij vertaalden in naakte dames met palmbomen, in latere versies meer naakte Eva’s naast de boom van kennis van goed en kwaad, met onvermijdelijke slang. Aan de andere kant namen zeelieden tatoeages ter herkenning als zij onverhoopt zouden verdrinken. Zo ontstond langzamerhand een zeemansbeeldtaal, Populair waren vuurtorens, handen die elkaar vasthielden, ankers, naakte vrouwen en harten. Exotische elementen waren de Hawaï-danseresjes met palmbomen. Soldaten waren ook gebaat bij een herkenningsteken op het lichaam. De kreet ‘death before dishonour’ kwam geregeld voor. Soldaten uit het Vreemdelingenlegioen lieten souvenirs op lichaam achter van de landen waar men geweest was.

Voor een doorbraak, wat betreft het exposeren van westerlingen met tatoeages, zorgde de Amerikaanse circusexploitant Phineas Taylor Barnum, die vooral met zijn Barnum & Bailey’s, the Greatest Show on Earth de wereld veroverde. In 1869 toonde hij voor de eerste keer met groot succes een getatoeëerde man, die al eerder in de medische literatuur was doorgedrongen. In 1865 publiceerde de Oostenrijkse dermatoloog Ferdinand Hebra de zwaar versierde man in zijn Atlas der Hautkrankheiten. Zo weten we dat het om 388 dierfiguren ging, van olifanten tot apen, maar ook menselijke figuren, bloemen, vruchten en Birmese tekens. Ook zijn penis zou er mee versierd zijn geweest. Het zou gaan om een Griekse Albanees, die zich de artiestennaam Prins Alexandrinos of Constantinus had aangemeten, later als Turk Georgi. Hij zou in Birma in een mijn gewerkt hebben en als straf voor zijn ontsnapping volledig getatoeëerd zijn. Naarmate er twijfels rezen over de herkomst van zijn versieringen, paste hij zijn verhalen aan. Wat altijd terugkeerde in zijn verhaal was dat hij door vier sterke mannen was vastgehouden, terwijl een vijfde hem had getatoeëerd.

Naast dat hij in een boek over huidaandoeningen verscheen, gebruikte Hebra hem op zijn colleges voor studenten. Hij verbaasde zich over het feit dat de man zo’n gave huid had; dat er geen enkele infectie of andere aandoening te zien was. Blijkbaar verdween zo een aantal diep gewortelde vooroordelen over tatoeages voor deze professor!

De rondreizende Constantinus maakte vooral indruk op de jonge Amerikaanse kunstenaar Charles Wagner, die in 1887 besloot het tatoeëren te leren. Hiertoe werd hij in staat gesteld door Samuel F. O’Reilly, die de eerste elektrische tatoeagemachine uitvond en in 1891 liet patenteren. Wagner nam later O’Reilly’s studio over waar hij over een periode van veertig jaar maar liefst vijftig circusattracties tatoeëerde. In tegenstelling tot de zeelieden, soldaten, gevangenen en prostituees die in hun geïsoleerde gemeenschappen voor tatoeages kozen die aansloten bij hun eigen normen en waarden, lieten de circusfreaks zich uit financiële overwegingen volledig tatoeëren. Bij hen kwam het niet tot een eigen beeldtaal. De functie van deze tatoeages was immers niet persoonlijk maar om anderen te behagen. Zij sloten juist aan bij de belevingswereld van de kijkers. Duitse side show-artiesten hadden het complete Duitse vorstenhuis op het lichaam. Sommigen droegen religieuze taferelen, zoals het laatste avondmaal op de rug van Emma van den Burgh. (Later groeide Emma uit tot een forse vrouw, zodat de apostelen op haar rug een brede grijns kregen, waarop sommige mensen kritiek hadden). Het eind van de 19de eeuw was een periode van sterk nationalistische gevoelens, wat ook zijn neerslag had op de lichamen van de artiesten. Een scala aan vlaggen en presidentsportretten stond voortaan op hun ledematen afgebeeld. De dragers ervan waren ‘picture galeries geworden, een opsomming van iconen uit die tijd.

De eerste echte beeldengallerij was de Amerikaanse Irene Woodward (1863-1916), die omstreeks 1890 als de Belle Irene door Europa reisde, voorzien van 400 plaatjes die door O’Reilly en Wagner waren aangebracht, zoals vlinders, bloemen, indianen, zonnen, ogen en slangen. Maar ook teksten waren op haar te lezen, zoals I live and die for those I love. Het publiek wist natuurlijk niets van een O’Reilly of Wagner, zodat zij boekjes kon verkopen met haar vreselijke levensgeschiedenis: een opwindend leven in het oerwoud en om haar tegen indianen te beschermen had haar vader haar als kind al volledig in rood en blauw laten tatoeëren! Omstreeks 1900 moeten er zo’n honderd volledig getatoeëerde mensen hebben rond gelopen die zich voor geld lieten zien, het merendeel vrouwen. Anetta Nerona had Goethe, Schiller, Bismarck, Wilhelm II en Richard Wagner op haar lichaam laten afbeelden, Betty Broadbent kon de hele Amerikaanse geschiedenis op haar lijf aanwijzen, aan de hand van 565 afbeeldingen die door Wagner waren aangebracht. Tot 1950 trad de Great Omi nog op, ook wel de zebraman genoemd naar zijn getatoeëerde streeppatroon over zijn lijf (inclusief gezicht), zelfs voorzien van een ring door zijn neus en piercings door de oren. Niet meer voor het geld, maar niet minder indrukwekkend, zijn de voor eigen vermaak volledig getatoeëerde lijven, die nog op tattoo-conventies zijn te zien. Het verschil met hun voorgangers is dat de afbeeldingen niet meer perse de toeschouwers hoeven te behagen. Hun beelden-gallerij is weer persoonlijk geworden.

Tekst: Bert Sliggers



 

Tattoo Conventie Amersfoort 2004: Een dubbel feestje

Op 3 en 4 April vond alweer de derde editie plaats van de Tattoo Conventie in Amersfoort. Organisator Bart (van O.K. Corral Tattoo en Piercing) omschrijft het als zijn beste conventie tot nu toe. Degenen die erbij zijn geweest zullen dat zeker beamen. In twee dagen passeerden zo’n 2.500 mensen de entree en met name op zondag overtrof het wagenpark van de bezoekers ruimschoots de beschikbare parkeergelegenheid.

Bart vierde een dubbel feestje. In de week voordat de conventie begon werd hij vader van een dochter. Ze heet Lucky (Mary Jo). Een reusachtige opblaasooievaar bij de ingang van de conventie bracht iedereen van dat heuglijke feit op de hoogte. Ik vroeg Bart hoe hij het in  hemelsnaam zo kon plannen dat hij in de drukste week van het jaar ook nog eens vader werd. Bart (met een grijns); ”We hadden haar in de agenda staan voor twee weken na de conventie, maar ze was toch van harte welkom hoor!” Tussen alle bedrijvigheid van de tattoo-conventie moest Bart dus regelmatig even op en neer naar het ziekenhuis om Monique en hun kersverse dochter op te zoeken. “Iedereen heeft er nog eens extra zijn schouders onder gezet om me daarbij te helpen, met name jongens als Remco en Louis hebben ontzettend hard gewerkt om het allemaal voor elkaar te krijgen.”

“Remco heeft hele mooie trofeeën ontworpen in de vorm van een Shiva-beeldje. Dat heet wel voorbereiding, maar het is ook gewoon voorpret.”

De Klaveet in Achterveld is dan ook een perfecte locatie voor zo’n evenement. Bart had er weer drie zalen gehuurd en op de binnenplaats was er ruimschoots gelegenheid om van het mooie weer te genieten en een hapje te eten. Er zijn in het pand 5 bars, die voor de conventie door eigen personeel werden bemand. Het zalencomplex van de Klaveet ligt midden in het bos bij Achterveld, een klein dorpje ten oosten van Leusden. Deze van God verlaten locatie heeft zijn voor- en nadelen. Niemand heeft er last van de drukte, maar degenen die er nog nooit geweest zijn moeten soms even zoeken. Er kleeft slechts één groot nadeel aan het gebruik van de Klaveet voor zo’n tweedaagse conventie. Haar voornaamste functie is die van discotheek. Voor het publiek is dat alleen maar prettig, de inrichting is die van een klassieke feestruimte en de bars waren gezellig druk. Niet lang na sluitingstijd van de conventie arriveren echter alweer jongeren uit de wijde omgeving voor een avondje stappen in de Klaveet. Dat betekent dat alle stands, de podia, broodjeskraam, fotostudio etc. afgebroken moeten worden om de volgende ochtend weer opgebouwd te worden. Bart: “En je wilt het toch voor alle artiesten gezellig maken, dus we hadden een besloten feest georganiseerd op zaterdagavond voor alle genodigden van de conventie. Ik ben wel wat gewend hoor, maar om na zo’n feest op zondagochtend weer een hele conventie op te bouwen….Dat is niet, eh…ideaal”

“Wat dat met je doet, vader worden, een tattoo-conventie opbouwen en behoorlijk feesten in één week? Tja…ik ben weer begonnen met roken.”

Hoe dan ook, toen op zondagochtend de tattoobeurs haar deuren opende was werkelijk aan niets te merken dat deze tijdelijk had plaatsgemaakt voor een feestende menigte. Bart:”Ik heb elk jaar nog gezegd dat ik met de jaarlijkse tattoo conventie zou stoppen als het aantal bezoekers zo’n 30% minder was dan het jaar daarvoor. Dan maar één keer in de twee jaar, of iets kleiner of zo. Daar heb ik altijd rekening mee gehouden, er is tenslotte steeds meer aanbod en qua locatie spreekt Achterveld misschien minder aan dan Amsterdam of Arnhem. Toch hoef ik me daar blijkbaar geen zorgen over te maken. Dit jaar zijn er meer bezoekers geweest dan op de twee eerdere conventies, er kwamen dit jaar zelfs mensen uit Engeland en Spanje speciaal voor de conventie naar Amersfoort. Wat artiesten betreft heb ik ook geen enkel probleem. Tegenwoordig hoef ik er niet meer zelf achteraan te bellen, ik word gebeld door tatoeëerders die graag een stand willen hebben in de Klaveet. Ik wil natuurlijk niet op de zaken vooruitlopen, maar het ziet er wel naar uit dat we het volgend jaar nog eens gaan doen. We hoeven de Klaveet dan op zaterdagavond niet meer te ontruimen en dat scheelt een hoop werk, vooral voor de standbouwers natuurlijk. Gezien het aantal bezoekers van dit jaar denken we er zelfs over om de oppervlakte uit te breiden. Dan zetten we er gewoon een extra tent bij, zodat we het aanbod nog breder kunnen maken. Hoewel Bart ieder jaar weer een paar nieuwe gasten op zijn expo heeft staan wordt het beeld vooral bepaald door oude bekenden. Mo’o en Freewind beschikten ieder weer over een eigen podium waar traditioneel ‘geklopt’ werd. Onder de nieuwelingen waren Perth van Inca uit Ierland, King Ferry uit Amsterdam en Calypso Tattoo uit België.

“Een conventie zoals deze organiseer je niet om er rijker van te worden. Er gaat zoveel werk in zitten, de week ervoor heb je nergens anders tijd voor.”

Bart geeft een simpele verklaring voor zijn idee om een jaarlijkse tattoo conventie in de buurt van Amersfoort op poten te zetten;“Als ik geld wil verdienen kan ik beter in mijn shop blijven tatoeëren. Ik had zelf regelmatig op expo’s in het binnen- en buitenland gewerkt en toen kreeg ik steeds meer het idee dat ik ook zoiets wilde organiseren. Je wordt enthousiast van alle leuke dingen die anderen organiseren en het valt je ook op dat sommige dingen niet goed geregeld zijn. Ik heb dat allemaal goed onthouden en nu ik als organisator bij zo’n evenement betrokken ben heb ik het gevoel dat ik goed begrijp wat het publiek wil en wat de artiesten willen. Ik heb nog wel eens geprobeerd om op mijn eigen conventie wat te tatoeëren, maar daar kom je gewoon niet aan toe. Dit jaar heb ik alleen maar met de artiesten gepraat, heel veel handjes geschud en lekker genoten van het hele spektakel.” Hoewel Bart dus niet kon weten dat hij zelf vader zou zijn op zijn derde conventie was er wel veel aandacht besteed aan mensen met kinderen. Bart:”We vinden het belangrijk dat zo’n evenement voor mensen met kinderen goed toegankelijk blijft. Kinderen zijn vaak al snel uitgekeken op de tatoeage-stands en sommige ouders vinden het niet nodig dat hun kroost met de neus bovenop een freakshow staat. Kinderen hebben altijd gratis toegang hier en we organiseren elk jaar iets speciaals voor de kids. We hebben ooit een ballon-kunstenaar gehad, Lucky Rich heeft hier vorig jaar een circusact gedaan en dit jaar stond er buiten een enorm luchtkussen. Het is, vind ik, toch wel erg belangrijk dat je naast het tatoeëren wat andere leuke dingen laat zien. We hebben dit jaar een heel gevarieerd aanbod aan bands op het podium gehad, natuurlijk waren er weer volop wedstrijden…en tja….na lang beraad toch ook maar eens een paaldanseres.”

”Oude bekenden, dat is het leukste van zo’n conventie. Mijn huis zit rond Pasen tot de nok toe vol met bevriende tatoeëerders uit de hele wereld.”

Bart: “Achterveld ligt op de rand van het anti-vaccinatiegebied. Nou, dan weet je het wel. Op de wegwijzers van deze conventie stond een foto waarop Monique en Tuane heel netjes, maar wel naakt, poseerden. De dag voor de conventie bleken veel van die wegwijzers te zijn gestolen. Op andere posters waren de billen van mijn vrouw weggeknipt. Moesten we ’s ochtends vroeg weer alle borden langs om nieuwe posters te plakken. Ik ben natuurlijk wel benieuwd welke streng gereformeerde mannetjes het kontje van mijn vrouw op hun zolderkamer hebben hangen, haha!”

Ik vraag Bart om zijn fantasie eens de vrije loop te laten en een paar namen te noemen van artiesten die hij graag op zijn conventie had gehad. “Tja, dat is moeilijk”, antwoordt Bart. ”Niet al mijn helden tatoeëren nog, sommigen willen niet meer op conventies werken, anderen zijn onbetaalbaar geworden….”. “Als je dat allemaal buiten beschouwing laat”, vraag ik hem, “Hoe ziet je dreamteam er dan uit?” Bart:”Horiyoshi zou ik hier wel eens willen hebben…en Bob Roberts, maar die werkt nooit meer op conventies. En dan moet Guy Atchinson erbij en natuurlijk ook Bob Baxter (de hoofdredacteur van Skin & Ink). Met Bob Baxter ben ik trouwens wel eens een dagje wezen toeren in L.A. Ik heb hem later ook weer ontmoet op de conventie van Samoa. En als we het dan toch hebben over de interessantste artiesten dan noem ik ook Petelo Suluape. We zijn wel eens bezig geweest om wat mensen van Samoa naar Amersfoort te halen, maar dat is heel moeilijk met Pasen. Dat zijn belangrijke feestdagen op Samoa en dan blijven die jongens natuurlijk liever bij de familie. Maar ik mag echt niet klagen. Ik vond Keone altijd één van de beste buitenlandse tatoeëerders en die hebben we hier al op de conventie gehad.”

Tekst & Foto’s: Ardan.